Vind je collega: toekomst van het smoelenboek op intranet

Weblog No Comments

Het smoelenboek of adressenboek is een van de meest gebruikte tools op een intranet. Even snel een collega opzoeken: een handeling die we dagelijks, soms wel meerdere keren per dag, uitvoeren. Door personalisatie en de ontwikkelingen op het gebied van social media vormt het smoelenboek steeds vaker de basis van de intranetarchitectuur. ‘People-based intranets’ geven een nieuwe wending aan het aloude smoelenboek. Wat maakt een smoelenboek succesvol en effectief? En waar gaat het met ons adressenboekje naartoe? De toekomst van de ‘killer app’ op het intranet.

Een collega vinden: toptaak van elk intranet

Met Customer Carewordsonderzoek achterhalen mijn collega’s en ik al enkele jaren welke taken het belangrijkst zijn voor de bezoeker van een website of intranet. Welk intranet we ook onderzoeken, de taak ‘vinden van collega’s’ staat telkens weer in de top-5 van alle taken die mensen willen uitvoeren. Helaas staat dezelfde taak vaak ook in het lijstje met top-5 ergernissen (samen met de ‘normale’ zoekfunctie).

Je weet vaak niet wie je gaat vinden

Untitled-3Het vinden van gegevens van een collega die je al kent, is vrij eenvoudig. Hoe goed of slecht het smoelenboek ook werkt, wanneer je naam, afdeling of andere gegevens al weet, is de kans groot dat je diegene vindt die je zoekt. En dat is nou net vaak het probleem van smoelenboeken: je kunt alleen zoeken op naam, afdeling, personeelsnummer en andere formele personeelsgegevens. Die weet je dus niet! Je zoekt vaak iemand die je niet kent.

Essentie van een goed smoelenboek: expertise, vakgebieden en specialismen

Je zoekt dus iemand die je verder kan helpen bij het uitvoeren van je werk. Zoals (bijna) alles wat je op een intranet komt doen, is ook het zoeken van een collega terug te leiden naar de behoefte om je werk succesvol uit te voeren. In de meeste gevallen zoek je iemand met een bepaalde expertise. Iemand die je meer kan vertellen over direct marketing of inkoop. Of de expert in aanbestedingen die je nog zoekt voor je projectgroep. Wanneer het gaat om geformaliseerde expertise (onderdeel van functieomschrijving, zoals marketeer, inkoper), kom je al een heel eind door te zoeken via de organisatiestructuur. Maar vaak is de expertise die je zoekt specifieker en minder geformaliseerd.Michael Sampson, collaboration strategist uit Nieuw Zeeland, maakt een interessant onderscheid in expertises:

  • michaelDeclared expertise: de expertise waarvan iemand zelf aangeeft over te beschikken
  • Dediced expertise: de expertise die jij herkent bij een collega aan de hand van zijn of haar reacties, blogs, activiteiten, etc.
  • Deserved expertise: de sociaal erkende expertise van een medewerker op basis van beoordelingen en aanbevelingen.

De meeste smoelenboeken die het zoeken op expertise ondersteunen, zijn ingericht op het ‘declared expertise’: medewerkers geven zelf aan wat hun specialismen zijn. Dat kan op zich prima werken, maar je voelt hem al aankomen: het wordt pas echt interessant wanneer het intranet gebruik maakt van socialmediatoepassingen waardoor ‘dediced expertise’ en ‘deserved expertise’ ondersteund worden.

People-based intranets

man-vs-machine-500pxIn 2009 won het intranet van IDEO de Intranet Innovation Award voor het ‘people-based’ intranet. Bij veel intranetten staat de kennis (informatie) op het intranet los van personen. Volgens het team van IDEO is dat de reden waarom expertisedatabases zo populair zijn, maar vaak niet effectief werken:


‘Build pointers to people. Rather than attempt to capture everything someone knows in a database with the hope that others will tap that database, we strive to identify the key bits of information that help one understand who someone is in terms of expertise and experience, so that person can best be leveraged. (bron: alexmanchester.com
)’

En al lijkt het of ik volledig uitwijk naar een artikel over intranet 2.0, zie ik juist daar het verband met het vinden van collega’s. Met een sociale architectuur en slimme social mediatools is alle informatie – wiki’s, blogs, artikelen, beoordelingen, etc. – gekoppeld aan personen. En dat kan medewerkers enorm helpen bij het vinden van de juiste collega’s: niet alleen de gegevens op de medewerkerpagina worden ontsloten in de zoekfunctie, ook alle getagde en beoordeelde informatie die een persoon op het intranet heeft gezet. Andersom zul je collega’s gaan vinden via de informatie die je leest op een intranet in plaats van via de zoekfunctie.

Profielpagina’s 2.0

profileEenmaal geklikt op de medewerker – via een artikel, beoordeling of natuurlijk de zoekfunctie – kom je op zijn of haar profielpagina. Wat gaan we daar in de toekomst allemaal zien? Een paar suggesties:

  • Naam en contactgegevens
    Uiteraard blijven algemene gegevens als naam, foto, telefoonnummer en e-mailadres de basis van het profiel.
  • Afdeling, projectgroepen en teams
    Naast een plek in de organisatiestructuur (afdeling, divisie, etc.) zijn de meeste mensen actief binnen afdelingsoverstijgende teams en projectgroepen. Juist die informatie is vaak heel interessant: tot welke teams en projectgroepen behoort de medewerker momenteel én in het verleden.
  • Verhouding binnen het (sociale) netwerk
    De kracht van sociale netwerken is dat ze ons helpen in het vinden van de mensen binnen ons netwerk. Hoe verhoudt de gevonden collega zich tot jouw netwerk? Formeel binnen de organisatiestructuur, maar wellicht ook informeel: wie kent wie? Wanneer je ziet dat de medewerker een bekende is van een collega die jij wel kent, wordt het veel makkelijker om iemand te benaderen (of eerst even bij je collega te checken of diegene de juiste persoon is voor jouw vraag).
  • Status
    Waar is iemand op dit moment mee bezig? Statusupdates (tools als Yammer en Twitter) geven je een mooi beeld van wat iemand aan het doen is. Maar ook geautomatiseerde  informatie kan nuttig zijn als je snel contact zoekt, zoals aanwezigheid (offline/online), en huidige locatie.
  • Kennis en activiteiten op intranet
    Artikelen, reacties, beoordelingen, bookmarks, publicaties: zoals eerder beschreven, kan de profielpagina dé plek zijn waar alle informatie afkomstig van deze medewerker bij elkaar komt.
  • Aanbevelingen en referenties
    In het kader van ‘deserved expertise’ is het ook binnen een organisatie interessant om met aanbevelingen te werken. Wellicht gekoppeld aan projecten, teams en expliciet omschreven expertises: welke collega’s geven een positieve beoordeling voor het werk van de medewerker. Maar ook inhoudelijke referenties, zoals op LinkedIn, zijn interessant.
  • Hobby’s en interesses
    Het intranet kan ook de sociale cohesie binnen een organisatie ondersteunen. Bijvoorbeeld door ruimte te bieden voor het aangeven van (privé gerelateerde) interesses. En zo kunnen er ineens groepen ontstaan van liefhebbers van voetbal of keramiek.
  • Externe informatie social media
    Wat houdt iemand naast zijn werk zoal bezig? Een topic an sich, maar het is het overwegen waard om de activiteiten op externe sociale netwerken en sites – denk aan Twitter, Facebook, Flickr, LinkedIn – te (laten) integreren op de profielpagina van medewerkers.

Het adressenboek van je collega’s op je mobiel

g1_tmNu mobiel internet een enorme toevlucht neemt, zullen de eerste mobiele intranetten snel volgen. Ook in het Global Intranet Trends Report 2010 van intranetgoeroe Jane McConell staat mobiel intranet als belangrijke trend vermeld. Net als bij mobiele websites, is een effectief mobiel intranet ingericht op die taken die je snel en onderweg wilt uitvoeren. Het vinden van collega’s is naar mijn mening zo’n taak die je graag op je mobiel wilt uitvoeren. Met nieuwe technieken is het mogelijk om bijvoorbeeld te zien:

  • Wie van jouw collega’s aanwezig zijn op jouw locatie
  • Waar jouw teamleden op dit moment zijn en aan welk project ze werken
  • Statusupdates in je adressenboek
  • Snel zoeken op projectgroepen en expertises

What’s your opinion?

Hoewel het smoelenboek vooralsnog een vrij concrete, afgebakende functionaliteit is, zie ik door de ontwikkelingen op het gebied van personalisatie en social media, veel kansen om de taak ‘vind een collega’ succesvoller en ‘breder’ op het intranet uit te voeren. Ik ben erg benieuwd hoe jullie dat zien.

Serie intranet: succesfactoren, killerfeatures, trends en ontwikkelingen

Samen met mijn collega’s Boudewijn BugterLouise Nell en Bart Hilhorst werken we regelmatig aan intranetopdrachten. In een serie artikelen gaan we in op onderzoeken, trends, ontwikkelingen en absolute killerfeatures voor het intranet. Via de tag serie intranet kun je alle artikelen terugvinden.

Presentatie ‘Social Media’ voor Landelijke Webredactiebijeenkomst Hogescholen

Weblog No Comments

Dinsdag 1 juni organiseerde de Haagse Hogeschool de Landelijke Webredactiebijeenkomst rondom het thema ‘Social Media’. Ruim 20 HBO-instellingen waren vertegenwoordigd. Ik gaf de presentatie ‘Wat, Waarom & Hoe van Social Media’ en en was inhoudelijk dagvoorzitter. Bekijk mijn presentatie en lees het verslag. Michiel Doetjes, online communicatiespecialist werkzaam op ‘The International Office’ van Saxion schreef een verlag van de dag. Bekijk de presentatie en lees het verslag Social Media in HBO-land’

Webredactiebijeenkomst Hogescholen

Intranet en sociale media: op weg naar intranet 2.0

Weblog No Comments

intranet_thumbDe opmars van sociale media in organisaties gaat bepaald niet in een moordend tempo. Hoewel organisaties voetje voor voetje social media inzetten voor marketing, PR, serviceverlening en andere vormen van externe communicatie, staat het in de interne communicatie écht nog in de kinderschoenen. Wie weet het antwoord op vragen als: welke impact hebben sociale media op ons intranet? Hoe krijgen we dat socialer? De mogelijkheden, successen en uitdagingen van sociale media voor het intranet op een rij.

Dé ontwikkeling van 2010: sociale media achter de firewall

Volgens experts als Toby WardJane McConell en Jakob Nielsen is de integratie van sociale mediatoepassingen op het intranet de nr. 1 trend van 2010. Volgens McConnel zorgt een sociaal intranet voor beter geïnformeerde medewerkers, hogere betrokkenheid en effectievere kennisdeling. Intranet 2.0 is hot! Volgens de ‘Intranet 2.0 Global Survey’ bevat 50% van alle intranetten in de Westerse wereld nu al sociale mediatoepassingen als blogs, fora en wiki’s.

Dat is mooi. Maar over tools beschikken is één ding. Ze effectief weten te gebruiken is een tweede.

Sociale media en het intranet: hoe ziet dat eruit?

Wat maakt een intranet een sociaal intranet? Natuurlijk zegt de term ‘sociaal’ meer over het gebruik, dan over de functionaliteiten. Een intranet kon 7 jaar geleden ook al heel sociaal zijn, met een actief prikbord, forum of populaire polls. Maar met de toename van sociale netwerken en user generated content, zijn er steeds meer mogelijkheden voor het intranet. We zetten de belangrijkste verschijningsvormen op een rij:

  • Sociale netwerk vormt basis van intranet
    Profielpagina’s veranderen van statische smoelenboekpagina’s naar het startpunt van het intranet. Met sociale netwerkfunctionaliteiten worden teams, afdelingen, locaties, vakgroepen bij elkaar gebracht om met elkaar te praten, kennis te delen en online projecten uit te voeren. Maar ook minder formele kenmerken, zoals hobby’s en levensstijl, zorgen voor nieuwe netwerken binnen de organisatie. Medewerkers komen gemakkelijker met elkaar in contact en experts binnen de organisatie worden sneller gevonden.
  • Kennis gezamenlijk verzamelen en delen
    kennisMet tools als wiki’s en blogs kunnen medewerkers eenvoudiger kennis delen. Informatie vanuit de organisatie komt meer op de achtergrond en maakt plaats voor ‘user generated content’. Nu komt kennis natuurlijk altijd vanuit de organisatie, maar op het ‘nieuwe intranet’  is iedereen webredacteur en wordt kennis eenvoudiger gedeeld. Die kennis verschilt van vakinhoudelijk tot meer privé gerelateerd, van achtergrond tot de dagelijkse actualiteit en van flinke artikelen tot korte updates.
  • Meningen worden belangrijker
    discussieMedewerkers reageren op nieuws en achtergrondinformatie, starten een discussie op een forum, beoordelen de informatie met een cijfer en stemmen op de stelling van de dag. Sociale mediatoepassingen zorgen op het intranet voor meer conversatie. En dankzij nieuwe functionaliteiten wordt het beoordelen, doorsturen, reageren en delen van informatie steeds gemakkelijker. Zo zou een intranet volgens het Digg.com-principe (content met de meeste stemmen komt hoger in de informatiearchitectuur) nog helemaal niet zo’n gek idee zijn.

Voorbeelden van sociale intranetten

In de top 10 van beste intranetten van 2010 volgens Nielsen Norman Group (‘Intranet Design Annual 2010’) staan enkele mooie voorbeelden van succesvolle, sociale intranetten:

  • Walmart’s sociale netwerk
    Walmart kwam er tijdens een behoefteninventarisatie achter dat de medewerkers zeer geïnteresseerd waren om (beter) in contact te komen met collega’s binnen het bedrijf. Een traditioneel intranet werd vervangen voor een sociaal netwerk dat daarnaast ook nog corporate informatie aanbiedt. Profielpagina’s, persoonlijke netwerken en discussiegroepen kenmerken Walmart’s intranet.

Wallmart - social network

  • De user generated content van Trend Micro
    Op de persoonlijke pagina’s van het intranet van Trend Micro publiceren medewerkers blogs, foto’s, video’s en documenten.

Trend Mirco - User generated content

  • Favorieten delen met de medewerkers van Mitre
    Het intranet van Mitre bevat een ‘social bookmarkingtool’ zoals Delicious waarmee medewerkers links kunnen opslaan, taggen en delen. Hierdoor ontstaat er een sociale kennisbank gestructureerd op interessegebieden.

Mitre - social bookmarking

  • Medewerkers beoordelen de content van GE
    Op het intranet van GE kunnen medewerkers nieuws en video’s beoordelen (raten) en reacties achterlaten. De beoordelingen geven GE inzicht in welke informatie waardevol wordt gevonden en welke minder.

GE - content beoordelen

Voor- en nadelen van een sociaal intranet

Jane McConell beschrijft in haar presentatie op SlideShare de belangrijkste voor- en nadelen van sociale mediatoepassingen op het intranet. De belangrijkste zijn:

voordelenVoordelen

  • Effectievere kennisdeling. Met tools als blogs en wiki’s kunnen mensen gemakkelijker zelf content publiceren en delen.
  • Medewerkers raken meer betrokken en zijn beter geïnformeerd. De informatie komt minder van bovenaf. Dankzij personalisatie, tagging-functionaliteiten en sharing-mogelijkheden wordt de informatie beter afgestemd op de informatiebehoeften en interesses van de individuele medewerker.
  • Hiërarchische organisatiestructuren worden gemakkelijker doorbroken. Medewerkers komen gemakkelijker met elkaar in contact – ongeacht afdeling, locatie of functie – en experts worden sneller gevonden.
  • Afname van hoeveelheid e-mails. Twitter-achtige applicaties (zoals ook Yammer voor Enterprise microblogging) verminderen de hoeveelheid e-mails naar grote groepen van mensen. Algemene mededelingen en vragen (‘Kan iemand ons helpen met…’) komen op prikbord-achtige omgevingen waardoor mensen minder overbelast worden door de grote stroom aan e-mails. E-mail wordt steeds meer het kanaal voor écht belangrijke informatie.

nadelenNadelen

  • Minder controle op de kwaliteit van de informatie. De deuren gaan open en iedereen kan zijn informatie op het intranet plaatsen. Maar door de grote stroom een nieuwe informatie – als de meerderheid er actief mee aan de slag gaat – valt de content moeilijker te controleren op kwaliteit. Relevantie, inhoudelijke correctheid en taalgebruik komt wellicht in het geding.
  • Door toename van hoeveelheid content (op verschillende plekken) kan het lastiger worden om de juiste informatie te vinden. Een goede architectuur, die voorbereid is op grote hoeveelheden ‘user generated content’ is daarom van groot belang.
  • Activiteiten en informatie op het intranet kunnen minder relevant zijn voor de organisatiedoelen en –activiteiten. Oftewel: minder ‘business value’.
  • Grotere kans op tijdsverspilling door medewerkers. Wordt Hyves en Facebook al een paar jaar niet toegelaten op het intranet, ontwikkelen we er zelf een! Hoe socialer het intranet, hoe meer tijd je er ook kunt verspillen aan zaken die niet echt nodig zijn om je werk goed te voldoen. Een sociaal intranet doet een extra beroep op de arbeidsethos van de medewerker.

Randvoorwaarde: intranet is ‘the way of working’

Niets is pijnlijker dan een leeg forum, een lege kennisbank en niet actuele profielpagina’s. Sociale mediatoepassingen op het intranet vragen om dagelijks gebruik van de medewerkers. Sociale media zorgt er immers voor dat de bijdragen van medewerkers belangrijker worden. Volgens McConell zijn vooral de intranetten die ‘the way of working’ zijn in een organisatie veel verder met sociale media. Het intranet moet het startpunt zijn voor iedere medewerker. Het startpunt om aan je projecten te werken, samen te werken met collega’s en uiteraard ook nog (achtergrond)informatie te vinden.

Hoe je ervoor zorgt dat het intranet daadwerkelijk gebruikt wordt, dat gaat voor nu te ver om diep op in te gaan. Een goed gebruikt intranet vraagt in ieder geval om een stevige, gedegen beheerorganisatie. Om commitment van het (senior) management. En vooral om de bereidheid bij de medewerkers om het te gebruiken. Dat bereik je alleen als je relevantie weet te bewerkstelligen. Als je intranet voor de medewerkers interessant weet te maken en onderdeel laat uitmaken van alles wat ze op hun werk doen. In een eerder artikel van mij uit 2008 lees je hier meer over.

Lieve (senior) manager, wees toch niet zo bang

Ik sluit graag af met een prachtig citaat uit de presentatie van McConnel van een van de respondenten uit haar onderzoek:

‘Bloggin has been considered, but management isn’t ready to deal with comments.’

angry usersDe angst van management voor nieuwe vormen van kennisdelen kom ik ook zelf regelmatig in de praktijk tegen. Zo interviewde ik onlangs nog enkele managers van een nutsbedrijf over de nut en noodzaak van hun wiki’s en blogs. De meeste managers stonden daar verre van positief tegenover. De kwaliteit van informatie was volgens hen te laag en er stond vaak klinkklare onzin op de wiki. Een begrijpelijk punt, maar vervolgens niets doen met de nieuwe vormen van kennis delen lijkt me verre van ideaal. Juist tools als wiki’s zorgen ervoor dat mensen sneller en gemakkelijker hun kennis delen. En dat lijkt me iets wat iedere organisatie graag ziet gebeuren. Door kenniseigenaren verantwoordelijk te maken voor de inhoud heb je veel van deze problemen al opgelost. Schiet in ieder geval niet in de verdediging en omarm de nieuwe ontwikkelingen die zoveel voor je organisatie te bieden hebben.

Serie intranet: succesfactoren, killerfeatures, trends en ontwikkelingen

Samen met mijn collega’s Boudewijn BugterLouise Nell en Bart Hilhorst (binnenkort op Frankwatching) werken we regelmatig aan intranetopdrachten. De komende tijd zullen we in een serie artikelen dieper ingaan op onderzoeken, trends, ontwikkelingen en absolute killerfeatures voor het intranet. Via de tag Serie intranet kun je alle artikelen terugvinden.

Sociale media en gebiedsontwikkeling: een verkenning

Weblog No Comments

Eind deze week geef ik samen met mijn collega Boudewijn Bugter een masterclass bij het CIRON jaarcongres over communicatie en gebiedsontwikkeling. Thema: wat sociale media (kan) betekenen voor vastgoed en gebiedsontwikkeling. Een interessante vraag. Want hoe groots, interessants en kansrijk sociale media ook zijn, concrete cases en toepassingen op specifieke vraagstukken blijven altijd een uitdaging. In dit artikel een verkenning van (bestaande) mogelijkheden van sociale media voor gebiedsontwikkeling en buurtparticipatie.

Sociale netwerken en sociale media: hoe zat het ook alweer?

sociale media Sociale netwerken zijn de basis van ons bestaan. Zonder onderlinge sociale interactie kunnen we (gelukkig) niet. Sociale netwerken zijn netwerken van mensen die op een of andere manier een band met elkaar hebben. Ze hebben een bloedband, vriendschappelijke band of gemeenschappelijk interessegebied. Dezelfde opa en oma, liefde voor voetbal, uitgaan, miniatuurtreinen, de Dalai lama, line dancing of politieke interesses.

Door technologische ontwikkelingen zijn we in staat om op een nieuwe manier met elkaar informatie, meningen en gevoelens te delen. Het kopje koffie, kettingbrieven, wekelijkse bijeenkomsten in het buurthuis, beurzen en chatboxen hebben er tientallen nieuwe vormen en middelen bij: de wondere wereld van sociale media. Sociale media ondersteunen deze sociale netwerken dus. We kunnen sneller, vaker en anders met elkaar meningen en nieuwtjes delen. Maar hoe zit dat met gebiedsontwikkeling? Hoe kun je het voor de ontwikkeling van nieuwe woongebieden en buurtparticipatie inzetten? En vooral waarom en waarvoor?

Ook gebiedsontwikkelaars willen iets met sociale media

Waarom willen vastgoed- en gebiedsontwikkelaars met sociale media aan de slag? Is het alleen omdat het ‘van nu’ is? Omdat het de trend is en ieder zelfrespecterende onderneming bij de tijd wil blijven? De bekende ‘we-moeten-ook-iets-met-sociale-media’-zin zingt door de gangen van de marketing- en communicatieafdelingen. Ik denk niet dat dit de enige reden is. Er zijn 2 belangrijke ontwikkelingen:

  • Online netwerk alternatief voor het stoffige buurthuis
    buurthuisAlhoewel het buurthuis nog steeds een belangrijke plek inneemt in wijken, is het al lang niet meer de enige plek waar buurtbewoners met elkaar in contact komen. Het online buurthuis, in de vorm van fora en communities op Hyves en Facebook bijvoorbeeld, wordt steeds meer gebruikt. Gestart door enthousiaste – vooral jonge? – buurtbewoners of ontwikkelaars, overheden en dienstverleners. Nieuwtjes, problemen en ideeën worden besproken en bediscussieerd.
  • We zijn kritischer geworden
    schreew De consument is kritischer geworden. En ook de woningzoekende consument. We willen meer invloed hebben op ons (toekomstig) woongenot. Corporaties, lokale overheden en ontwikkelaars weten dat interactieve planvorming zorgt voor meer draagvlak. Dankzij sociale media zijn ontwikkelaars wellicht beter in staat om wensen te achterhalen en ideeën van consumenten te verwerken in hun plannen. Als verlengstuk op bestaande activiteiten en middelen. 

Aan de andere kant maakt de consument steeds meer gebruik van online platformen om zijn ergernissen en ideeën te bespreken. Vanuit het perspectief van online reputatiemanagement is het wellicht zelfs nodig om met sociale media aan de slag te gaan.

Relevante relatiegroepen voor vastgoed- en gebiedsontwikkelaars?

Maar welke groepen en netwerken zijn relevant voor gebiedsontwikkelaars en organisaties actief in steden, dorpen en wijken? Een inventarisatie van de relatiegroepen (vast niet volledig):

  • Buurtbewoners van het veranderende gebied
  • Omwonenden
  • Potentiële bewoners (wanneer er nieuwe woongebieden worden ontwikkeld)
  • Middenstand
  • Maatschappelijke en culturele organisaties (scholen, verenigingen, etc.)
  • Politieke en bestuurlijke organisaties
  • Belangenorganisaties

Voorbeelden van sociale en nieuwe mediatoepassingen

Enkele voorbeelden van online sociale netwerken:

    Rivierenbuurt-AMSTERDAM - Hyves.nl_1258203274018
  • Ideeëninzameling gebiedsvernieuwing
    Sociale media zijn uiteraard erg geschikt om ideeën van bewoners en andere belanghebbenden te verzamelen over de verbeteringen in een stad of wijk. Want wie kan het beter vertellen dan de mensen die er zelf wonen? Een voorbeeld is de website Binnen 30 minuten van de gemeente Amsterdam. Bewoners kunnen ideeën inzenden en ideeën van anderen beoordelen.
    Binnen30minuten.nl_1258203808073
  • Virtuele gebieden
    Niet heel sociaal, maar wel ‘nieuwe media’: steeds meer gemeenten en ontwikkelaars ontwikkelen een virtuele wijk waarin de toekomstige buurt in beeld wordt gebracht. Voorbeelden zijn Virtueel Apeldoorn, Virtueel Heerhugowaard en Virtueel Venlo. Via een chatbox en (niet geïntegreerd) forum kun je praten met andere bezoekers van de virtuele stad. Interessant om bijvoorbeeld online inspraakbijeenkomsten te organiseren en ontwikkeltrajecten visueel weer te geven. Maar echt interactief (gericht op nuttige, effectieve conversaties) is het niet.
    virtueel heerhugowaard
  • Blogs over gebiedsontwikkeling
    Weblogs van gemeenten en gebiedsontwikkelaars waar bewoners en andere geïnteresseerden op kunnen reageren. Voorbeelden zijn Mijn proefstation van NS en Raalte online.
    Tuinen van Nijverdal - Raalte-Online_1258205543087

Waar kunnen sociale media aan bijdragen?

Wat kunnen sociale media betekenen voor organisaties actief in gebiedsontwikkeling en buurtparticipatie? Door goed gebruik te maken van online sociale media kun je:

  • DSC_0155 buurthuis groep jongeren - SCW 2-kleinAngsten, wensen en andere opinies achterhalen
  • Draagvlak creëren voor veranderingen in een buurt
  • Ideeën van (toekomstige) bewoners gebruiken in de plannen (co-creatie)
  • Vragen achterhalen en beantwoorden
  • Publieke opinie beïnvloeden
  • Toekomstige plannen in beeld brengen

Sociale media vragen om een sociale organisatie

Prachtige doelstellingen, maar het opzetten van een forum of aanmaken van een Twitter-account is uiteraard niet voldoende. De inzet van sociale media is alleen effectief wanneer je écht open staat voor de ideeën en meningen van je doelgroepen. Sociale media vragen om een sociale organisatie. Alleen wanneer de meningen van bewoners en belanghebbenden effect hebben op (bijvoorbeeld) de bouwplannen, zullen zij bereid zijn om hun mening te geven.

Start niet zomaar een eigen platform, zoek bestaande netwerken op

Zoals Renate Verloop eerder schreef op Frankwatching, is het vaak effectiever om bestaande netwerken op te zoeken, dan een nieuw platform op te zetten. Dat scheelt tijd, geld en risico’s. Handvatten voor je (webcare)strategie:

  • Inventariseer bestaande online sociale netwerken
    Achterhaal welke blogs, sociale netwerken (groepen) en fora er zijn binnen het leefgebied. Waar komen bewoners en andere mensen die een relatie hebben met een buurt of ontwikkelingsgebied online bij elkaar? Kijk verder dan de hype en zoek niet alleen op de nieuwste communities en sociale sites (Hoor ik daar Twitter?). Grote kans dat jouw doelgroep zich daar niet begeeft, maar wel een actief forum gebruikt om met elkaar in contact te blijven.
  • Achteraal online opinieleiders
    Zoek uit wie er (heel) actief is. Wie zijn de ‘die hard’ bloggers? Wie reageren het meest op fora en wie starten de polls? Zij zijn belangrijke online opinieleiders. Ga met hen in gesprek en denk samen met hen na over de rol die je als ontwikkelaar, gemeente of woningcorporatie kan hebben.
  • Ga in gesprek
    Net als in het buurthuis zul je op gelijkwaardig niveau in gesprek moeten gaan met je doelgroepen. Daarbij werkt het – in mijn optiek – beter om als representatieve persoon (de ontwikkelaar, ambtenaar zelf) op te treden, in plaats van als anonieme organisatie. Beantwoord hun vragen en nodig ze uit om te discussiëren over vraagstukken waarvan je als organisatie inzicht in wilt krijgen.
  • Laat zien wat het effect is
    Laat actief zien wat er met de ideeën wordt gedaan. Laat weten welke ideeën mee worden genomen in de bouwplannen, maar ook wanneer iets niet haalbaar is of niet past bij de doelstellingen. Alleen dan zul je geaccepteerd worden als betrouwbare en geloofwaardige gesprekspartner. Net als in het echte leven ;-) .

Sociale media zijn een aanvulling, geen alternatief

Sociale media zijn slechts een aanvulling op de bestaande activiteiten om bewoners en andere doelgroepen te laten participeren. Wijkavonden, enquêtes, straatinterviews en andere activiteiten blijven nog steeds belangrijk. Een goede analyse van het (sociale) mediagebruik van je doelgroep is essentieel. Zeker de komende jaren zal een deel van je doelgroep waarschijnlijk online nog niet zo sociaal actief zijn. Desondanks zijn sociale media absoluut zinvol voor veel gebiedsontwikkelings- en buurtprojecten. Maar alléén als er goed over nagedacht is. Ondoordacht inzetten is vragen om problemen. Net als een onvoorbereide inspraakavond dat is.